Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij, zondaar.
Kerk Pervijze
schild Broederschap Vladyko Joan schild
Kerk Yanama
Webwinkel   Sitemap | U bent hier >Orthodoxalia > Heiligen Per Dag > 04 augustus
4 augustus
Vladyko Joan
De Zeven Jongelingen Van Efese


boxen

De Zeven Jongelingen Van Efese

 

 

Tijdens de regering van Keizer Decius werden de Christenen wreedaardig vervolgd. De Keizer ging zelf naar Efese en organiseerde er een luidruchtig en wild offerfeest voor de levenloze afgoden, terwijl hij ook de Christenen meedogenloos afslachtte. Zeven jonge soldaten onttrokken zich aan het heidense feest en baden vurig tot God om de Christenen te redden. Ze waren allen zonen uit rijke families in de stad. Ook hun namen zijn bekend: Maximilianus, Jamblicus, Martinianus, Joannes, Dionysius, Exacustodianus en Antonius. Toen zij beschuldigd werden, vluchtten ze naar de Celion-heuven, even buiten de stad, en verborgen er zich in een grot. Toen de Keizer dit vernam, liet hij dadelijk de ingang dichtmaken. God echter deed, in Zijn verreikende Voorzienigheid, de jongelingen inslapen voor een zeer lange tijd.
De keizerlijke hovelingen, Theodorus en Rufinus, die zelf heimelijk Christenen waren, lieten een koperen doosje op de rots aanbrengen, waarin loden plaatjes lagen, waarop de namen van de zeven soldaten vermeld stonden en het verhaal van hun marteldood werd verteld. Meer dan 200 jaar gingen voorbij. Tijdens de regering van Theodosius de Jongere (408-450) wakkerde een hevige discussie op over de verrijzenis der doden: sommigen betwijfelden deze toekomstige gebeurtenis. Keizer Theodosius, een vroom man, was omwille van deze kwestie zeer verdrietig en bad God om de waarheid aan de mensen te openbaren. Die dagen waren er herders van Adolius, die de Celion-berg bezat, bezig met stallen te bouwen voor hun schapen en gebruikten daarvoor stenen bij de grot. Steen na steen werd weggenomen en in die tijd ontwaakten de jongelingen uit hun diepe slaap. Jamblicus werd aangeduid om brood te halen. Toen hij echter betaalde met 200 jaar-oude munten, die Keizer Decius afbeeldden, werd hij aangehouden op beschuldiging van het achterhouden van een schat. Jamblicus werd voor de stadsbeambte geleid, die tevens Bisschop van Efese was. Toen deze de antwoorden hoorde op de door hem gestelde vragen, begreep hij dat God hem een mysterie openbaarde. Hij spoedde zich naar de grot en vond er het koperen doosje met de loden plaatjes. Groot was de vreugde om het vinden van de zeven jongelingen en de dankbaarheid aan God om het teken dat symbool staat voor de verrijzenis der doden. Keizer Theodosius zelf kwam naar de stad om de jongelingen te spreken. Korte tijd later legden zij zich neer op de grond en ontsliepen in vrede, wachtend op de uiteindelijke opstanding uit de doden. De Keizer wilde de jongelingen opbaren in gouden schrijnen, met edelstenen bezet, maar het zevental verscheen de Keizer in een droombeeld en vertelden hem dat hun lichamen op de grond moesten blijven liggen. Tijdens de 12de eeuw zag Hegoumen DaniŽl, een Russische pelgrim, de relieken nog in de grot op de grond liggen.

 

Troparion t.4

 

Grote wonderen brengt het geloof: * de Zeven Jongelingen verbleven in de grot als in een koningspaleis. * Zij stierven zonder enig bederf * en na lange jaren stonden zij op als uit de slaap. * Daardoor toonden zij de mogelijkheid der Algemene Opstanding * tegenover de aanvallen der ongelovigen. ** Door hun gebeden, Christus God, ontferm U over ons.

 

 

Naar begin pagina

 

 
© copyright 2003 - Broederschap Aartsbisschop Joan - alle rechten voorbehouden